Anatomie


Bij een normale ontwikkeling van de schedel en de hersenen bevind alles zich op een vaste plaats, en vervult daar zijn funktie. Normaal gesproken is de schedel zo aangelegd dat er voldoende ruimte is voor de inhoud namelijk onze hersenen zodat deze goed kunnen functioneren.





Onze wervelkolom heeft meerdere functies maar vormt onder andere een benig kanaal waarin zich ons ruggenmerg bevind en zo het ruggenmerg beschermt.

Het ruggenmerg begint eigenlijk onderaan de hersenen en strekt zich uit tot de eerste of tweede lende wervel. Het vult dus niet helemaal het wervelkanaal van boven tot onder.
Dit komt omdat tijdens de ontwikkeling en groei het lichaam langer doorgroeit dan het zenuwweefsel. Het ruggenmerg is omgeven door 3 vliezen: het zachte vlies (pia mater), het spinnewebvlies (arachnoidea), en het harde vlies (dura mater).
Hersenvocht, ook wel liquor genoemd omspoelt ritmisch pulserend het ruggenmerg. (zie ook tekst bij fig.4)


Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. De zenuwcellen zelf vormen de grijze stof, en de zenuwuitlopers de witte stof. In de hersenen liggen de zenuwcellen, de grijze stof dus, aan de buitenkant de zgn. hersenschors. In het ruggenmerg ligt de grijze stof vlindervormig in het midden



Hersenvocht, ook wel liquor genoemd, wordt in de hersenkamers (= ventrikels) aangemaakt en vloeit via de aquaduct (zie pijl fig.4) naar de vierde hersenkamer, die in de achterste schedelgroeve ligt. Via drie openingen stroomt het hersenvocht naar buiten en omspoelt zo ritmisch pulserend de hersenen en het ruggenmerg. Hersenvocht en ruggenmergvocht zijn dus hetzelfde (hoewel onderin de rug het eiwitgehalte iets hoger is).


Aan de voorkant van het ruggenmerg (de voorhoorn fig.5) ontspringen de motorische zenuwen die de signalen van de hersenen naar de spieren geleiden. Aan de achterkant van het ruggenmerg (de achterhoorn fig.5) komen de gevoelszenuwen binnen die de informatie van de huid, spieren en gewrichten naar de hersenen voeren via de zgn. achterstrengen.




Elke zenuw verzorgt een afgegrensd gebied van de huid en een bijbehorende spiergroep: de borstzenuwen verzorgen grotendeels de huid en spieren van de romp, terwijl de voorste aftakkingen van de hals, lende en heiligbeenzenuwen complexe zenuwknopen vormen die we een plexus noemen.




Bronvermelding:

W.A.R.
Ciba atlas,
DCSM.ev,
Functionele Anatomie voor verpleegkundige


Print artikel